|
In Drenthe en ook in andere delen van Nederland met
grote heidevelden, werden eeuwenlang schapen gehouden.
De schapen dienden voor het bemesten van de arme grond,
voor de winning van wol en vlees. Om de kudden te
geleiden en bijeen te houden, hadden de schaapherders
een vrij kleine, zeer wendbare en niet-veeleisende hond
nodig.
Zo
ontstond de schapendoes: 45-50 cm. hoge, langharige,
atletische hond, die jaarlijks gelijk met de schapen
geschoren werd.
Wie zelf de schapendoes in de hoge heide heeft zien
bewegen, ziet hoe hij moeiteloos (als een dolfijn in de
zee) heel snel en soepel voortsnelt. |
 |
|
Yule
de Olde Grise |
|
|
|
Met het gebruik
van kunstmest werden de schapen (en dus ook de does) vaak overbodig.
Vlak na de Tweede
Wereldoorlog werd o.a. door kynoloog Toepoel de vrijwel uitgestorven
schapendoes weer teruggefokt uit bastaarden, die op de schapendoes
leken, zowel qua uiterlijk als qua karakter. Soms kwamen er uit een
nest maar 1 of 2 pups, die ook maar in verte op de schapendoes
leken.
Omdat de
schapendoes, kynologisch gezien, nog een betrekkelijk jong ras is,
komen er nog redelijk veel verschillen in het ras voor, zowel wat
betreft grootte, vachtstructuur en kleur. Alle kleuren zijn in
de rasstandaard toegestaan.
Omdat in Drenthe door de
plattelandsbevolking niet over “Schapendoes” werd gesproken, maar
over “De Olde Grise”, hebben wij onze kennelnaam daarnaar vernoemd:
"De Olde Grise". |