|
DATUM VAN PUBLICATIE
VAN DE
ORIGINELE ERKENDE STANDAARD 26-03-1992
GEBRUIK
De Nederlandse Schapendoes is een herdershond,
die gebruikt werd voor het hoeden van
schaapskudden en die vandaag aan de dag nog
steeds voor hetzelfde gebruikt wordt. Daar
schaapsweiden gewoonlijk gelegen zijn in
rustige, eenzame gebieden van het land, is het
nodig dat de Schapendoes beschikt over groot
uithoudingsvermogen, beweeglijkheid en snelheid.
Grote springkracht is hierbij
noodzakelijk, evenals de intelligentie om zelfstandig te kunnen
handelen. Hij moet een herdershond zijn in karakter, lichaam en ziel.
INDELING
Groep 1: Herdershonden en veedrijvers
(uitgezonderd de Zwitserse Sennenhonden).
Sectie 1: Herdershonden. Zonder verplicht
werkdiploma.
KORTE
HISTORISCHE SAMENVATTING
Aan het eind van de vorige en het begin van deze
eeuw kwam de Nederlandse Schapendoes overal voor
waar heide en schaapskudden waren. De herders
waardeerden hem voor zijn moeiteloos plezier
waarmee hij zijn werk verrichtte en voor zijn
intelligentie.
Hij behoort tot de grote groep van langharige
herdershonden met dicht behaard hoofd. Hij is
verwant aan de Bearded Collie, de Pulli, de
Owczarek Nizinny, de Bobtail, de Briard, de
Bergamasco en de Duitse Schafpudel van de
variëteit die in Hessen, Odenwald en in het
Nederrijn gebied voorkomt. Al deze op elkaar
gelijkende honden zijn verkleinde mutaties van
de Berghonden.
De kynoloog P.M.C. Toepoel is de grondlegger van
dit ras. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wist hij
interesse te kweken voor dit ras.
Tussen 1940 en 1945 werden exemplaren van de
bijna verdwenen Schapendoes overal waar hij ze
maar vond, gebruikt voor de fok.
De Vereniging 'De Nederlandse Schapendoes' werd
in het jaar 1947 opgericht en in 1952 werd het
ras voorlopig erkend door de Raad van Beheer.
In 1954 werd de standaard vastgesteld en werd
het ras opgenomen in het Stamboek.
De definitieve erkenning volgde in 1971. Hierna
wordt alleen nog maar gefokt met geregistreerde
honden.
ALGEMENE
VERSCHIJNING
De Nederlandse Schapendoes is een lichtgebouwde
langharige hond met een schouderhoogte van 40
tot 50 cm. In zijn bewegingen is hij verend en
licht. Hij is een opmerkelijke springer.
GEDRAG EN
TEMPERAMENT
De Schapendoes is een normaal en evenredig
gebouwde herdershond met een levendig, alert en
moedig karakter. Hij is schrander en waaks. Voor
zijn eigen mensen toont hij grote innigheid en
trouw. Hij is vrolijk, enthousiast, vriendelijk
en temperamentvol.
HOOFD
De overvloedige beharing doet het
hoofd groter en vooral in schedel, breder
lijken.
SCHEDEL
De schedel is bijna plat, met een matige groef
en duidelijk aanwezige wenkbrauwbogen. De
schedel is vrij breed in verhouding tot de
lengte: de breedte is iets groter dan de afstand
tussen de stop en de achterhoofdsknobbel.
De stop is duidelijk aanwezig, maar niet diep.
AANGEZICHT
-
Neus: De neuslijn
ligt iets lager dan de lijn van de schedel.
-
Snuit: De snuit is
korter dan de afstand tussen stop en de
achterhoofdsknobbel. De snuit versmalt
nauwelijks, blijft diep en eindigt breed, is
alleen een beetje afgerond op het eind. Van
opzij gezien moet bij gesloten mond de
onderkaak duidelijk zichtbaar zijn.
-
Tanden: Normaal
ontwikkeld schaargebit.
-
Wangen: Sterk
uitspringende jukbeenderen.
-
Ogen: De ogen zijn
vrij groot, rond en liggen normaal in de
oogkassen. Ze zijn meer voor in het hoofd
dan opzij geplaatst. De kleur is bruin; zij
mogen niet de indruk wekken zwart te zijn.
Het oogwit mag alleen bij sterk opzij kijken
zichtbaar worden. De uitdrukking is
vrijmoedig, eerlijk en levendig. Vorm, kleur
en uitdrukking zijn erg karakteristiek voor
het ras.
-
Oren: Deze zijn vrij
hoog aangezet, niet groot en niet vlezig. Ze
hangen vrij, maar niet dicht tegen het
hoofd. Ze zijn rijkelijk behaard en
beweeglijk, maar mogen niet boven de
schedellijn uitkomen.
HALS
Het hoofd wordt door een krachtige en droge hals
hoog gedragen.
LICHAAM
De Schapendoes is iets langer dan hoog. Het
skelet is licht gebouwd, buigzaam en
veerkrachtig.
Onderlijn en buiklijn:
Niet te sterk opgetrokken.
STAART
De staart is lang, goed behaard en
bevederd. De manier waarop de hond zijn staart
draagt, is kenmerkend voor dit ras. Bij rust
hangt hij neer.Bij draf wordt hij vrij hoog
gedragen en beweegt licht gebogen duidelijk heen
en weer. Bij galop strekt hij zich waterpas. Bij
het springen dient de staart onmiskenbaar tot
roer. Bij aandacht is de staart soms sterk
geheven. Hij mag echter nooit stijf over de rug
gedragen worden.
LEDEMATEN
-
Voorhand: De
voorbenen zijn recht en licht van bot. De
voorhand moet goede hoekingen en voorborst
tonen.
-
Voormiddenvoet:
Veerkrachtig.
-
Achterhand:
-
Bekken: Goed hellend.
-
Spronggewricht: Matig
gebogen en goed gespierd, en laag.
VOETEN
De voeten zijn tamelijk groot en
veerkrachtig, ze hebben een brede ovale vorm. De
tenen zijn aangesloten. De kussens zijn dik en
verend met ruim haar ertussen. Hubertusklauwen
zijn toegestaan.
GANGWERK
Omdat de Schapendoes bij het werk
meer galoppeert dan draaft, moet het gangwerk
lichtvoetig en verend zijn, zonder overbodig
energieverbruik. Hij moet goed kunnen springen
en snel kunnen wenden.
VACHT
-
Haar: De Schapendoes
heeft een dichte vacht met voldoende
ondervacht. De beharing is lang, minstens 7
cm op de achterhand. De haren zijn niet
streng recht, maar golven iets. Uitgesproken
krulhaar (kroeshaar) is niet toegestaan. De
haren groeien dicht opeen, zijn dun en
droog, vooral niet zijdeachtig. De vacht
heeft de neiging, daar waar deze lang is, in
plukjes van elkaar te gaan staan, waardoor
de Schapendoes, vooral achter, een grote
omvang krijgt. De Schapendoes heeft een
geduchte kuif, snor en baard.
-
Kleur: Alle kleuren
zijn toegestaan. Voorkeur gaat echter uit
naar blauwgrijs tot zwart.
GROOTTE
Schofthoogte:
voor reuen 43 - 50 cm
voor teven 40 - 47 cm
FOUTEN
Elke afwijking van voorgaande
punten dient als fout beschouwd te worden. De
wijze waarop deze wordt aangerekend moet
nauwkeurig worden afgemeten aan de mate waarin
de fout aanwezig is.
DISKWALIFICERENDE FOUTEN
Een Schapendoes die zich bang en/of
vals toont in de ring wordt uitgesloten.
NOOT
Bij reuen dienen twee normaal
ontwikkelde testikels in het scrotum te zijn
ingedaald
(Bron: Vereniging de
Nederlandse Schapendoes) |